Het is zaterdagochtend. Thomas zit op de bank. Hij is te moe om iets nuttigs te doen. Dan maar een filmpje. Het gaat over Antarctica, onderzoek naar de leefomstandigheden van de keizerspinguïns die met uitsterven bedreigd worden. Het is interessant, maar hij kan zijn gedachten er niet bij houden. Thomas baalt ervan dat hij weer op de bank zit. Hij had zich voorgenomen om vandaag naar het tuincentrum te gaan om zijn balkon wat op te fleuren. Maar hij zit hier alweer twee uur te niksen. Zijn gedachten dwalen af naar afgelopen week, toen er een nieuwe collega op de afdeling kwam werken. Thomas vond haar meteen leuk. Ze had iets bedachtzaam over zich, iets voorzichtig, niet zo dat zelfzekere en extraverte dat hij wel eens bij vrouwen van zijn leeftijd ziet en waar hij altijd een beetje onzeker van wordt. Vanaf zijn werkplek, kon Thomas haar stiekem observeren. Ze was altijd een beetje te vroeg, ook na de pauzes, en ze at niet aan haar bureau, zoals de meesten wel deden en wat vaak tot een overdaad aan bakjes, papiertjes en kruimels rond de computer leidde. Haar bureau was zo goed als leeg, alleen het noodzakelijke. Net als bij Thomas. Hij zag dat ze meestal een koptelefoon droeg tijdens het werk en dan diep geconcentreerd leek, niet reageerde op wat er om haar heen gebeurde. Dat zou ik ook eens moeten proberen, had hij gedacht, dan zou ik niet zo uitgeput raken van al die hectiek op kantoor. Want het werken op kantoor viel hem zwaar. Hij kon nooit eens goed doorwerken aan iets, want er kwam altijd wel iemand die iets anders van hem wilde waardoor hij het overzicht kwijt raakte. En in de pauzes moest hij zijn best doen om de gesprekken van zijn collega’s te volgens die door elkaar praatten en over dingen waar hij niet zoveel van wist zoals danceparty’s en dating apps. Hij probeerde geïnteresseerd deel te nemen, maar hij bleef het gevoel houden dat hij niet echt iets had toe te voegen, dat hij er niet echt bij hoorde. Hij zat zelf ook op een dating app, maar het had hem behalve frustratie nog niet veel gebracht. Als hij al de aandacht van een meisje wist te trekken, dan liep het na een paar woorden alweer dood. Hij stelde misschien de verkeerde vragen of vertelde de verkeerde dingen over zichzelf, hij wist het niet. Hij had de conclusie getrokken dat hij blijkbaar niet interessant genoeg was om mee te daten. Het moest wel aan hemzelf liggen, hij was de gemeenschappelijke deler in al die mislukte pogingen tot contact. Zo liep het ook met vrienden of familieleden. Hij reikte uit naar hen, stelde voor om af te spreken, maar het leidde nergens toe. De interesse was niet wederzijds, niemand nam de moeite om hem uit te nodigen of het contact te onderhouden. Hij was er intussen van overtuigd geraakt dat hij nooit een vriendin zou vinden tenzij er een wonder gebeurde. Hij hoopte op een wonder, want hij had zich zijn leven altijd voorgesteld met een gelukkig gezin om hem heen, heel anders dan hoe zijn leven er nu uitzag, en de tijd begon te dringen. Deze week was het dus weer gebeurd. Terwijl hij een beetje voor zich uit zat te staren in de richting van zijn nieuwe collega, zag Thomas dat ze werd aangesproken door Daan, die bij de receptie werkte. Hij zag hoe ze naar hem opkeek en verlegen lachte en toen knikte en hem haar telefoonnummer gaf. Hij dacht op dat moment nog: oh, zo makkelijk gaat het dus, dat ga ik morgen ook eens proberen. Maar toen hij de volgende dag hoorde dat een groepje collega’s in de kroeg had afgesproken om haar welkom te heten op de afdeling, trok hij een dikke streep door zijn plan. Hij zou haar niet aanspreken, waarom zou hij, waarom had hij gedacht dat ze geïnteresseerd zou kunnen zijn in hem. Het was wel duidelijk. Zijn collega’s hadden niet de moeite genomen om hem uit te nodigen, ze wilden hem er niet bij hebben.
Ook nu hij er aan terugdenkt kan hij er niet achter komen waarom het steeds mis gaat. Wat moet hij dan anders doen, wat moet hij zeggen om er wel bij te horen, het is hem een raadsel. Er is slechts die ene conclusie die zich steeds aan hem opdringt: het moet wel aan mij liggen, ik ben niet de moeite waard.